Een geslaagd moodboard begint onderaan. De vloer beslaat een derde van het blikveld van een ingerichte kamer: hij beslist of uw «Scandinavisch» Scandinavisch oogt en of uw «industrieel» echt klinkt. Rondgang langs de vier grote stijlen — en het parket dat elk dient.
Scandinavisch: mat blond
Licht boven alles. Bleek, bijna ecru eiken, onzichtbare lak of witte olie, rechte plank van gemiddelde tot grote breedte, kalme sortering. De vloer weerkaatst het noorderlicht zonder ooit te glanzen. Gebroken witte muren, wol, licht houten meubilair — en één royale plant. Te vinden in onze collectie Noords.
Japandi: dichte rust
De kruising van Japan en Scandinavië vraagt meer matheid en iets meer diepte: natuurgeolied eiken, discrete maar aanwezige tekening, brede plank voor het rustige ritme. De tinten: greige, zand, mat zwart in accenten. Het parket is hier een textuur, geen decor — onze brede planken in naturelafwerking doen precies dat.
Industrieel: karakter
Baksteen, zwart metaal, hoge volumes: de vloer moet standhouden. Rustiek eiken met open noesten, geborsteld, geolied, eventueel gerookt — de sporen van het hout antwoorden op de sporen van het gebouw. Vermijd het té perfecte, dat klinkt vals. Het speelveld: de collecties Rustiek en Gerookt.
Parijse klassiek: het patroon
Sierlijsten, een schouw, plafondhoogte — of de wens ze op te roepen: dit is het territorium van de Hongaarse punt en de visgraat in blond of licht gerookt eiken. In een appartement zonder sierlijsten volstaat het patroon op de vloer om het register te zetten.
In alle gevallen de gouden regel: vloer, muren en meubels samen beslissen, staal in de hand, in het echte licht van de kamer. En vóór het bestellen vermijdt de m²-calculator slechte verrassingen.

