Lanceeraanbieding −20 % — Gratis stalen, alleen de verzendkosten van 3,90 € zijn voor u
Rechte plankVisgraatChevronVersailles Plaatsing & Advies Blog Showroom Op maat Zakelijk →

Gebruiksklassen van parket: de cijfers lezen

21, 23, 31, 33: wat die codes echt betekenen, en waarom ze voor een houten vloer minder tellen dan men denkt.

Op een productfiche komt u „klasse 23″ of „klasse 32″ tegen. Die cijfers komen uit ein Europase norm en dienen vooral om vloerbedekkingen onderling te vergelijken. Zo leest u ze, en zo begrijpt u waarom ze voor een houten vloer maar een deel van het verhaal vertellen.

Hoe de code is opgebouwd

De klassering is vastgelegd in EN ISO 10874. Ze wordt gelezen in twee cijfers.

Het eerste cijfer geeft de plaats:

  • 2 — huishoudelijk gebruik, in een woning.
  • 3 — commercieel gebruik: kantoor, winkel, hotel.
  • 4 — industrieel gebruik.

Het tweede geeft de intensiteit van het verkeer:

  • 1 — matig
  • 2 — algemeen
  • 3 — hoog

De volledige tabel

Klasse Komt overeen met
21 Logeerkamer, dressing — weinig verkeer
22 Slaapkamer, woonkamer — normaal huishoudelijk gebruik
23 Woonruimte, gang, hal — intensief verkeer in een gezinswoning
31 Hotelkamer, klein individueel kantoor
32 Kantoor, klaslokaal, winkel
33 Onthaalhal, restaurant, warenhuis

Voor een woning dekt klasse 23 alle gebruiken, inclusief hal en gang. Klasse 31 en hoger hoort bij de tertiaire sector.

De grens van het systeem voor een houten vloer

Dit zeggen de fiches niet altijd: deze klassering is ontworpen voor vloerbedekkingen waarvan de slijtlaag een niet-hernieuwbaar decoratief oppervlak is — laminaat, vinyl, tapijt. Is die versleten, dan vervangt men de vloer.

Een houten vloer werkt anders. Zijn slijtlaag is echt hout, dat geschuurd en opnieuw afgewerkt kan worden. Een parket met een vermoeide afwerking is geen weg te gooien vloer: het is een vloer om te renoveren, vaak voor de helft van de prijs van een vervanging.

Gevolg: voor parket wegen twee criteria zwaarder dan de gebruiksklasse.

Wat echt telt

1. De dikte van de toplaag

Dat is het echte kapitaal aan levensduur. Een laag van 2,5 mm laat ongeveer één schuurbeurt toe, 3,2 mm laat er twee toe, 6 mm vier of vijf. Elke schuurbeurt geeft de vloer twintig jaar dienst terug.

2. De afwerking

Die vangt de klappen op, niet het hout. Een in de fabriek aangebrachte polyurethaanlak van industriële kwaliteit weerstaat veel beter dan een op de werf aangebrachte olie — maar de olie herstelt plaatselijk zonder alles over te doen.

En de hardheid van het hout?

Die wordt gemeten met de Brinelltest (EN 1534) en uitgedrukt in N/mm². Eiken zit rond 3,4, noten iets lager, grenen duidelijk lager. Een nuttige indicator om houtsoorten te vergelijken, maar hij voorspelt weinig over dagelijkse krassen: die hangen eerst af van de afwerking en van wat men over de vloer sleept.

Hoe kiezen in de praktijk

  • Klassieke woning — klasse 23, toplaag minstens 2,5 mm, afwerking naar keuze.
  • Woning met kinderen en dieren — klasse 23, laag van 3 mm en meer, een vergevende sortering, lak of harde wasolie.
  • Bedrijfsruimte met publiek — klasse 32 minimum, laag van 3 mm en meer, fabrieksafwerking.
  • Weinig gebruikte kamer — klasse 22 volstaat, geen reden te veel te betalen.

Twijfel over een referentie?

Elke productfiche in de catalogus vermeldt de gebruiksklasse en de toplaagdikte. Ontbreekt de informatie of twijfelt u voor een specifiek project, schrijf ons — wij antwoorden binnen 24 tot 48 werkuren.

De catalogus bekijken

Bronnen

  • AFNOR — EN ISO 10874 (gebruiksklassen), EN 1534 (Brinellhardheid), EN 13489 (meerlaags parket).
  • FCBA — duurzaamheid en gebruik van houtsoorten als vloerbedekking.